De twee hoogbejaarden hier in huis zijn ook niet meer zo charmant als in hun jeugd. Bijna achttienjarige poes Saartje stinkt akelig uit haar bek en is al een tijdje nogal leip. Vrijwel doof en waarschijnlijk dement, geeft ze op gezette tijden met haar gezicht naar de muur in de woonkamer, of als de kinderen bijna slapen in het duister op de overloop een concert alsof ze een operadiva is. Mensen die haar voor het eerst horen zijn verbijsterd dat er zo veel geluid kan komen uit zo'n klein kattenlijfje. We proberen haar concert te vangen op ons mobieltje, maar zodra ze menselijke activiteit en aandacht opmerkt, is het concert afgelopen. Meestal is ze zeer bedaagd, maar soms ineens heeft ze de kolder in de kop en trekt ze een sprintje door de kamer.
Tommy is Saartje's tweelingbroer. Hij is niet meer zo'n zenuwpees als vroeger, maar magerder dan ooit. Als je hem aait, doet het zeer aan je handen. Hij bedelt vaak om eten, maar likt meestal alleen de gelei tussen de brokjes op. Daar kom je niet echt van aan. Bovendien heeft hij regelmatig diarree. Ook hij ruikt allesbehalve aangenaam.
Sinds een tijdje kweekt Tommy akelige klitten in zijn vacht. Hij vindt het maar niets dat we die proberen eruit te kammen, waarschijnlijk is zijn huid door uitdroging ook nog eens extra gevoelig. Maar als we er niets aan doen, blijft soms een heel stuk vacht ergens haken en heeft hij een grote kale plek op zijn huid. Dat lijkt ons ook niet aangenaam. Dus nu pakken we met regelmaat een schaar en houden twee mensen hem in bedwang terwijl de derde probeert met schaar en kam met zo min mogelijk schade klit voor klit te verwijderen. Gister nam ik een grote klit op zijn onderrug te grazen. Nog net op tijd had ik in de gaten dat dat witte stuk dat op klit leek, zijn flinterdunne, plaatselijk omhooggetrokken vel was. Phiew. Bijna een kat opengeknipt.
Niet meer zo charmant dus. Maar al bijna zeventien jaar bij ons. Dat schept een band, waardoor je meer van ze kunt hebben dan van een vreemde. Maar dat snapt het bezoek niet altijd gelijk. Misschien moeten we een bordje op de deur hangen: 'Pas op! Stinkende katten! Betreden op eigen risico.'
11 februari 2012
Seniorkatten
09 februari 2012
Piekertalent
Eindelijk staat mijn moeder op de wachtlijst voor het verzorgingshuis. Tien jaar nadat we als broers en zussen het erover hadden. Een jaar nadat mijn moeder zelf overtuigd was dat het geen kwaad kan. Een halfjaar voordat ze negentig wordt.
Het duurt nog zeker een halfjaar, misschien wel anderhalf jaar voor ze daadwerkelijk in het verzorgingshuis terecht kan. Spoedgevallen gaan altijd voor. Maar misschien wordt ze zelf op een dag wel zo'n spoedgeval. En dan is het gunstig dat ze al op de wachtlijst staat: ze is gescreend, men heeft een lijvig dossier, in feite is wat het verzorgingshuis alles geregeld behalve de kamer: daar zit nu nog iemand anders in.
En nu komt het gepieker. Daar is mijn moeder heel goed in. Ze heeft al twaalf verhuizingen meegemaakt, dus je zou zeggen dat ze het klappen van de zweep kent. Maar elke verhuizing is maanden crisis, voor iedereen maar voor haar nog iets meer. En nu wordt het extra lastig omdat ze van groot naar klein verhuist en dus moet loslaten. Veel moet loslaten.
Stel je haar even voor: ze woont in een grote flat vol met mooi met sierplastic beplakte ex-waspoeder en ex-broodbelegdozen, die zo een tweede leven krijgen als doos voor losse blaadjes, knutselspullen, tijdschriften, bonnetjes en ansichtkaarten. Een tas vol plastic bakjes 'die misschien weleens handig zijn voor het een of ander', een tas voor grote plastic tassen en een tas voor kleinere plastic tassen, een tas voor de medicijnbekertjes ('Leuk voor jouw kinderen om mee te spelen?') en ga zo maar door. Her en der staan kasten en kastjes met zonde-om-weg-te-gooienspullen en je-weet-maar-nooit-waar-het-ooit-nog-goed-voor-isdingen.
Heel goed geordend allemaal, want geordend is ze, noodgedwongen. Alles heeft een vaste plaats, zo vindt ze het altijd terug TENZIJ iemand anders het heeft verplaatst. Dankzij haar sterke alles-zijn-plaatsregime kan ze heel veel herbergen zonder dat het een rommel wordt.
Maar weggooien is niet haar sterkste kant. Behalve dan een heel enkele keer als ze het echt niet meer overziet, vlak voor een verhuizing bijvoorbeeld. Dan doet ze in een keer alles weg, inclusief eerste drukken, gesigneerd en wel, van het kinderboek dat mijn vader schreef, mooiste kinderknutsels en eerste kinderschoentjes.
Met een nieuwe verhuizing - ooit - in het verschiet is ze gelijk weer begonnen met piekeren. Wat ze moet weggooien. Of ze alvast een opkoper zal bellen voor de boeken die ze niet meer wil lezen.
'Nee', zeg ik, 'die boeken staan niet in de weg. Als u nou een schriftje aanlegt waarin u zo nu en dan opschrijft wat u wèl graag wilt meenemen. Niet alleen qua boeken, maar ook meubels, wandversiering, knutselspul. Dan zorgen wij als kinderen voor wat er niet meegaat, zodra u bent verhuisd.'
'Een boekenkast wil ik mee, kan dat denk je?'
'Dat lijkt me wel.'
'Maar daar moeten wel veel boeken uit eerst.'
'Nee, denkt u nou andersom: niet wat eruit moet, maar wat u erin wilt hebben straks.'
Op je 89-ste leer je niet zomaar een andere denkstrategie aan. En straks komt er misschien een kink in de kabel en heeft ze helemaal voor niets zich drukgepiekerd.
06 november 2011
Neus
Mijn buurvrouw slaat op tilt van elk blaadje dat op hun terras valt. Dat heeft al eens geleid tot hoogoplopende conflicten, inclusief politie en buurtbemiddeling, nadat de buurman onze boom had omgezaagd. Sinds dat akkefietje spreken we niet meer met elkaar. Wel zo rustig, want daarvoor was een klacht over een blaadje of een takje van klimop of klimroos ook het enige waarover de buurvrouw ons wilde 'spreken'.
Agressie brengt me van mijn stuk, ik word er intens verdrietig van en boos om. De verbale agressie van de buurvrouw - met Siciliaans accent en scherpe stem knettert ze er allerlei idiote verwijten uit en is niet voor rede vatbaar - in combinatie met de fysieke agressie van de wat stillere buurman - zomaar de boom van je buren omzagen vind ik tenminste wel een daad van agressie - maakt hen tot mensen die ik liever ontwijk. Ze wonen er, wat mij betreft verhuizen ze zo snel mogelijk, maar zo lang ze dat niet doen, bestaan ze niet.
Maar nu wachtten we al meer dan een week op een gesigneerd boek dat naar dochter Algje was verstuurd. Het werd tijd om bij de buren te informeren of het daar was afgegeven. Bij de buren die een maand geleden meneer Algje nog de huid vol scholden omdat een pakje voor hen twee dagen bij ons had gelegen. Gelijk hadden ze de 'afspraak' gemaakt dat we nooit meer pakjes voor ze zouden aannemen, want drie keer per week was het raak. Maar ja, nu moesten we bij hen vragen of er iets voor ons was bezorgd. Zouden zij onze pakjes wel aannemen? Zouden ze ze uit wraak ook een paar dagen achterhouden? Of stiekem zelf houden? Alles is mogelijk bij deze mensen.
Hij deed de deur open. Meteen viel mijn oog op een grote, verse wond op zijn neus. Zeker drie bij drie centimeter lag het vel eraf, alsof zijn neus met een scheermesje geschild was. En ik kon me nog maar net inhouden, anders had ik een opmerking geplaatst dat de buurvrouw dat zeker had gedaan. Ik was zo afgeleid dat ik weer even moest zoeken naar mijn vraag. Er was geen pakje voor ons bij hen bezorgd. Zei hij.
17 oktober 2011
2x broos
Eind jaren tachtig woonde ik in een tochtig benedenwoninkje van de woningbouwvereniging, in wat tien jaar later stadsvernieuwing werd. Ik was er blij mee en kon het goed vinden met de meeste buren. Alleen met buurvrouw-links kreeg ik geen contact. Het mocht niet van haar dochter, zei ze door de brievenbus. Ze mocht voor niemand opendoen, want het was een slechte buurt vol gevaarlijke mensen.
Een jaar later stond ik voor het eerst en voor het laatst in haar huis. Samen met de nicht van de buurvrouw die in de buurt moest zijn en even door het raam naar binnen had gekeken. De buurvrouw lag in haar nachtpon op de grond in de woonkamer. Ze voelde koud aan. En wat was ze broos! De armen en benen die uit haar dunne nachtpon staken waren zo knokig, dat ze heel grote handen en voeten leek te hebben. En haar vel was zo droog dat het haast zeer deed om ernaar te kijken. We durfden haar niet op te tillen, bang om iets te breken. We belden haar dochter en de dokter. Tegen de wil van de buurvrouw.
Gister zag ik mijn moeder net zo kwetsbaar als de buurvrouw destijds. Niet gevallen en onderkoeld gelukkig, maar erg ziek, net zo knokig en net zo afhankelijk van anderen die haar tillen en verzorgen. In een flits was ik terug bij die broze buurvrouw van toen.
Met de buurvrouw liep het destijds niet goed af: haar dochter liet na een week een opkoper het huisje leeghalen en regelde een verpleeghuisopname. De buurvrouw wilde maar één ding: terug naar haar huisje. Toen ze doorkreeg dat dat niet mocht, weigerde ze te eten. Een dag voor ze naar het verpleeghuis zou verhuizen, stierf ze.
Mijn moeder is thuis in haar flat, staat op de wachtlijst voor een verzorgingshuis omdat ze er zelf ook de noodzaak van inziet, maar wordt nu - zolang ze ziek is en zolang het ons lukt - door ons, kinderen, verzorgd.
Een week geleden had ze verteld over de honderdjarige die ze had ontmoet in het verzorgingshuis waar ze nu ook is aangemeld en dat ze misschien ook wel zo oud zou willen worden. Alleen die kwalen hè, die waren wel lastig en het werden er steeds meer. Maar dood wilde ze nog lang niet. Ze is nu flink ziek, maar als het aan haar en aan ons ligt, gaat ze die honderd nog halen. Nog elf jaar te gaan.
07 september 2011
Levensbedreigende mensen
Diep beledigd was de collectant met het gele jasje en de groene bus bij de ingang van het winkelcentrumpje. Met zijn kleurige badge, compleet met KvK-nummer, moest ik hem toch vertrouwen? Ik had gezegd dat ik de naam van zijn stichting nog nooit had gehoord en te veel vond lijken op een stichting met een vergelijkbaar doel. En dat ik daarom eerst op internet zou kijken of ik zijn club wel mijn geld waard vond.
Hij kon er niet over uit. 'Denkt u dat ik hier als vrijwilliger zou staan als het geen goed doel was?' Ik antwoordde met een wedervraag. Hoe hij het zou vinden als mensen argeloos geld gaven aan een collectant die vijf meter eerder op het pad stond en deed voorkomen alsof hij datzelfde doel diende. 'Wees blij dat ik niet argeloos maar oplettend ben, zo komt het geld tenminste bij de clubs waarvoor het bedoeld is.'
De jongen bleef beledigd. 'Zegt het u dan helemaal niets dat zelfs de chef van de AH hier mij toestemming heeft gegeven om hier te collecteren?' Nee, dat zegt me inderdaad niets. Ik ga er niet vanuit dat die chef eerst alle collectanten controleert op de echtheid en betrouwbaarheid van hun goede doel.
En ik ben blij met mijn argwaan. De betreffende club heeft misschien goede bedoelingen en de collectant is vast ook zonder slechte bedoelingen daar gaan staan. Maar uit niets blijkt dat het geld ook bij het goede doel terechtkomt. Maar door bewust naam en doel te kiezen van het veel bekendere Stichting Droomwens, lijken ze eerder corrupt dan naïef.
En dan heb ik het nog niet eens over de doelstelling zelf:
'Stichting Droom Mens steunt stichtingen die zich in zetten voor levenbedreigende en ernstig zieke mensen.'
24 augustus 2011
ZZ3 en samenreizen
De derde ZZ-tocht - ligfietsen van Zoetermeer naar anderen Z-plaats, dit keer Zuthpen - heb ik afgelopen weekend verreden. Mooi weer eerst door laagland in het westen en daarna door bossen, hei en coulissenlandschap in midden en oosten. Met als mooie finale het naderen van de eindbestemming over een bijzondere brug, met een trein die achter me langs raasde en zicht op een stad met mooie torens.
Toevallig logeerde dochter in de buurt van Zutphen bij haar vriendin en zo werd besloten dat ik haar zaterdagavond per trein mee terug zou nemen. Ik kocht alvast kaartjes terwijl dochter tas inpakte en naar het station gebracht ging worden. Ik stak de kaartjes in mijn portemonnee bij de voordeelurenkaart. Tenminste, dat wilde ik. Maar de voordeelurenkaart ontbrak. Die lag thuis in de kontzak van mijn broek, want daar had ik een paar dagen daarvoor mee ge-ov-chipt. Dan is het niet handig om die kaart telkens in je portemonnee te steken, vandaar.
Geen voordeelurenkaart, wel kaartjes met korting en de kaartjesbalie kon geen kaartjes omwisselen. Wat nu? 'Conducteur aanspreken of iemand zoeken met wel een voordeelurenkaart', was het advies. Dat laatste deden we. En dat was leuk. Van Zutphen naar Apeldoorn reisden we mee met een aardige dame die ons in Apeldoorn zelfs hielp om de zeer krappe overstap (met ligfiets, rugzak en eenwieler) naar het andere perron te halen. Van Apeldoorn naar Gouda reisden we met 'tante Susanne', die de samenreiskorting niet kende, maar het prima vond. Ze vroeg zich af of M inderdaad de hele weg van Zoetermeer naar Zutphen op de eenwieler had afgelegd en leefde mee met M's benauwenis en later opluchting toen eerst de enige wc geblokkeerd en een halfuur later alsnog open bleek te zijn. De conducteur die ons controleerde viel het niet op dat tante Susanne op een andere plaats in- en uitstapte dan wij. Pas tussen Gouda en Zoetermeer werd het even spannend. Hoe leg je uit dat je vanuit Zutpen naar Zoetermeer samenreist met mensen die duidelijk maar een kort ritje maken? De conducteur kwam langs en was in een jolige bui. Hij constateerde dat we grijs reden en maande ons met een lachend gezicht dat we bij de Mandelabrug de trein subiet moesten verlaten. Dat was het volgende station, nl. Zoetermeer.
Met de laatste 5 km in Zoetermeer erbij stond de teller op 170 km. De volgende dag voelde ik dat dat wel weer genoeg was geweest.
12 augustus 2011
Weps
In de lange rij voor de ingang van Gaiapark werden we al belaagd, toen we een appeltje aten. Wespen! Het is waar ook: het is augustus. Een vrouw voor ons stonde al een kwartier druk te wapperen en wespentheorieën ten gehore te brengen. Ze had beter die ochtend niet de shampoo met vruchtengeur kunnen gebruiken. Ik kon het zelfs ruiken, dus van heinde en verre kwamen ze aangevlogen en zoemden om haar hoofd. Achter ons deed men ook wat paniekerig. Dat ondermijnde hun herhaalde boodschappen over dat de kinderen niet wild om zich heen mochten slaan - 'Kijk uit, daar een wesp!!! Rustig! Niet slaan! - .
'Lekker windje', constateerde W, toen een wesp vliegend zijn hand verkende. Iets minder prettig was het dat ze gingen mee-eten van onze appels. We gunden hen wel een hapje, maar het risico dat ze met appel en al in onze mond terechtkwamen wilden we niet nemen. Ik maakte een stukje appel los en lokte zo de wespen bij de kinderen weg, zodat ze hun appels konden eten. Voor en achter ons werd het stil. Steelse blikken onze kant op. Toen de afleidtruc niet langer werkte en de wespen de grotere stukken appel kozen boven mijn stukje, bracht W de halfafgekloven appels met wespen en al rustig naar de prullenbak.
Eind van de middag zaten we op een bankje tegenover de savanne een ijsje te eten. Een oma kwam naast me zitten. 'Houdt u van wespen?', vroeg ze. Ze keek naar mijn hand, waarop vijf wespen zich te goed deden aan zoetigheid van het waterijsje van W dat ik expres niet bij het stokje had beetgepakt. Mijn hand was de wespenafleider, zodat W zijn ijsje kon eten.
'Ze houden meer van mij', antwoordde ik de vrouw, 'of eigenlijk: van mijn hand en wat daarop aan lekkers ligt.' De vrouw riep haar kleinzoon erbij. Die kreeg van haar onderricht over hoe belangrijk het was dat je rustig bleef bij wespen en ze niet in het nauw joeg. Ze vertelde dat ze expres geen zoetigheid had meegenomen en haar kleinkinderen kregen ook geen ijsje. Vanwege de wespen. Kleinzoon was al drie keer gestoken.
Zodra wespen rondvliegen, vliegen de verhalen over wespensteekallergie rond. Feit: een allergische reactie met dodelijke afloop is alleen mogelijk als je voor de tweede keer wordt gestoken en je de eerste keer al allergische reactie vertoonde (bultjes, beroerd worden, diarree of iets van die strekking). Wie risico loopt op zo'n heftige reactie heeft een adrenalinespuit om de allergische reactie af te remmen, zodat er tijd is om naar het ziekenhuis te gaan. Alle anderen hebben dus alleen de pijn te vrezen. Die is inderdaad vervelend. En het is raadzaam om te zorgen dat zo'n beestje niet in je mond komt. Maar voor de rest vind ik het paniekerige gedrag van de mensen irritanter dan de wespen zelf.
Geen wespen, wel veel andere beestjes op Kijkdoos.