09 november 2010

Wat goed!

'Dat vind ik zo geweldig van hem', zegt mijn moeder geregeld over mijn broer G. Bijvoorbeeld dat hij zo makkelijk contact legt. Dat hij precies weet wanneer de dominees in de regio (en daarbuiten) jarig zijn. Dat hij de namen van zijn neven en nichten kent en onthoudt, ook al heeft hij ze twintig jaar niet gezien. Dat hij zomaar voor de vuist weg iets kan vertellen bij een foto van zijn jubileum op het werk. Anderen vinden hem ook geweldig. 'Je lijkt op tante F', zegt broer G tegen nicht I. 'Geweldig, dat hij dat ziet!', zegt nicht M. 'Goh, hij is de eerste die het opmerkt', zegt I enigszins cynisch. 'Ja, maar dat G het ziet is toch wel bijzonder voor hem.'

Eerst dacht ik dat het jaloezie van me was. Broer G is met mij opgegroeid als bijna mijn tweelingbroer. Ik leg niet zo makkelijk contacten, ik weet niks van dominees, laat staan verjaardagen en namen onthouden is al helemaal mijn sterkste kant niet. Hij is goed waarin ik slecht ben.
En vond ik dat ik blij moest zijn dat mijn moeder was omgeslagen van onophoudelijk kritiek op wat er niet goed is aan mijn broer naar onophoudelijke loftuitingen. Want dat is natuurlijk wel een positievere insteek.

Maar nu ook mijn andere broer in de lofzangen meedoet, is me ineens helder waarom het me dwarszit. Omdat ze blijkbaar telkens verbaasd zijn over iets dat voor broer G normaal is. Hij heeft altijd al namen kunnen onthouden, hij heeft een goed geheugen voor wie-is-wie en een sterke persoonlijke belangstelling, legde altijd al makkelijk contact. Hij was als zesjarige al mijn pr-mannetje, omdat ik niet durfde.
Dat hij daarnaast ook verstandelijke beperkingen heeft en soms sociale situaties niet begrijpt - en daardoor dwars door een toespraak heen nog even een geleend tientje aan de spreker wil teruggeven of vertelt dat zijn tv het niet doet - dat is een ander stukje van hem. Blijkbaar past het niet in 's mensen brein om beide aspecten naast elkaar in één persoon te zien. Ofwel je bent verstandelijk gehandicapt en dan kun je gelijk niks, ofwel je bent het niet. Ben je het niet, dan krijg je geen lof op de gewone dingen die je kunt. Ben je het wel dan is het ineens ongewoon dat jij iets wel kunt wat je niet geacht wordt te kunnen. En dan blijven mensen als mijn moeder zich er jaar-in-jaar-uit over verbazen dat je het kunt.

En wat zeur ik nou? Ik krijg ook af en toe te horen dat ik goed kan schrijven. Terwijl dat voor mij ook wel gewoon is. Toch vind ik het net zo goed wel lekker om te horen dat anderen ook zien dat ik kan schrijven. Maar het luistert nauw. Teveel applaus voor wat je kunt, zet je in een positie van beoordeelde: het draait om je prestaties, niet om wie je bent. Alsof je bij elke handeling een rapport krijgt. Een goed rapport is leuk, maar het maakt je extra kwetsbaar voor de angst dat je een volgende keer een slecht rapport kunt krijgen als je niet net zo goed of nog beter presteert. Ik heb aversie tegen dit soort beoordelingsrelaties. Ze triggeren perfectionisme en faalangst. Ik zou willen dat mijn moeder, mijn andere broer en al die anderen mijn broer G zien zoals hij is en hem niet beoordelen op zijn prestaties. Zelfs niet als die beoordeling positief uitvalt. Dat is het.

2 reacties:

Dondersteen zei

Het is een beetje zoals bij het aanmoedigen van een klein kind. Dat is natuurlijk goed, want daardoor voelen ze zich 'groot' en gewaardeerd. Maar als je het teveel of overdreven doet ga je over de top.

Ik las ooit, op zo'n spiritueel kaartje, de tekst: 'teveel is minder dan genoeg'. En zo is het maar net.
(waarover ik overigens een discussie van een uur gevoerd heb met iemand die dacht dat teveel nooit minder kon zijn, maar goed, dat is dan weer een ander verhaal) ;-)

Ettje zei

Heb je logje meerdere keren gelezen, omdat ik bijna dagelijks te maken heb met mensen als jouw broer G.
Maar zelfs na herhaaldelijk lezen kom ik er niet achter wat nou precies de pijn is..

En natuurlijk vraag ik me meteen ook af: doen wij dat ook, mensen die ergens in uitblinken, want veel mensen met een autistische stoornis doen dat, ze teveel prijzen?

Een voorzichtig antwoord is: nee, ik denk van niet. Niet omdat we beter zou zijn, maar gewoon, denk ik, omdat we altijd de hele mens zien. Tenminste, zo ben ik gebakken...

Daardoor zie ik ook niet alleen jou als schrijfster, maar 'k zie jou ook meteen als moeder/partner/dochter/vriendin/zus van...

Hoop dat je me begrijpt.