31 december 2010

Oké, nog eentje dan

Hier alleen een paar knallertjes / knalerwtjes door de kinderen in de tuin geknald. Geen echt vuurwerk, geen gestruin op straat met rotje links en rotje rechts. Zoon houdt er niet zo van. 'Watje' zegt dochter tegen hem. Of zij dan geen watje is, vraag ik. 'Nee, want meiden hoeven niet van vuurwerk te houden.'

We weten nog niet eens of we opblijven, want drie van de vier zijn aan de griep. Zoon al wel ongeveer opgeknapt, maar dochter hoest al bijna vijf weken de longen uit haar lijf. Ik lag deze week geveld, keurig in die ene week dat ik vrij had. Maar ben nu min of meer op de been, al ben ik na een wissewasje al wel doodop en doe ik middagdutjes als een oude-van-dagen. Wat ik ook al wel een beetje ben natuurlijk. Alleen de heer des huizes heeft zijn gammeliteiten beperkt tot slechts een paar uurtjes 'niet zo lekker'.

Tussen de dutjes door lees ik stukjes van een aankomend bestsellerauteur die mij uitverkoren heeft als kritische meelezer. Ik zeg lekker niet wat ik er tot nu toe van vind, dat houdt hem een beetje gedwee.

Ik ben blij 2010 te hebben meegemaakt, want ik heb er voornamelijk van genoten: zoveel mooie, lieve, humoristische en hartverwarmende contacten en ervaringen werden me in de schoot geworpen. Het maakt me nog nieuwsgieriger naar 2011. Ik hoop dat dat ook voor jullie allemaal geldt.

27 december 2010

Van oude mensen en de dingen die aan hen voorbij gaan

Veel te lang niet hier geschreven. 't Komt er niet van. Ik twitter wel, want daar hoef ik niet zo lang over na te denken. Dat is gewoon  het neerplempen van een oprisping, of even kort reageren op berichtjes van anderen die langskomen. Hier vind ik dat een stukje één thema  moet hebben en dat ik daar meer dan één regel aan moet kunnen besteden. En dat het ook nog een beetje interessant moet zijn voor iemand anders. Pfff.

Da's dan een verschil tussen het ouderwetse bloggen en het alweer bijna ouderwetse Twitter. En dan spreek ik ook nog wel eens mensen die helemaal niks met computers en internet hebben. Echt waar. Mijn schoonmoeder verzuchtte dat het op de radio voortdurend over Twitter gaat en is van mening dat internet de mensen eenzaam maakt. Heeft vorig jaar misschien iets te goed naar de koningin geluisterd. Dit jaar kon ze dat niet, want toen zaten wij net in de weg met een ovenschotel die door haar traag opwarmende oven iets later dan gepland op tafel stond.

Misschien maakt internet de mensen die niet internetten wel eenzaam. Zo bedoelde schoonmoeder het niet, maar zo zou het wel kunnen zijn. Dat steeds meer mensen contact houden via internet en zij daar buiten staat. Dat is ook mijn moeders grief, hoewel ze op zich veel positiever tegenover computers staat dan mijn schoonmoeder. Al zeker tien jaar roept ze af en toe dat ze ook een computer zou willen om mee te mailen met haar kinderen. Het is er bij haar nooit van gekomen omdat ze bang is dat ze op tilt slaat bij het idee dat het apparaat misschien wel enge dingen gaat doen als ze op het verkeerde knopje drukt, of te lang op het goede knopje drukt. Een paar keer stond er een computer klaar, compleet geïnstalleerd, om naar haar gebracht te worden en belde ze op het laatste moment af: 'Toch maar niet, ik kan het niet aan.'



En dus komen we zo nu en dan bij mijn schoonmoeder een schaal in de trage oven schuiven en bellen we geregeld met beide moeders hoe het gaat, omdat we niet echt bij elkaar om de hoek wonen. Dankzij internet kunnen we als kinderen sneller reageren als onze moeder extra zorg nodig heeft en houden we elkaar op de hoogte via een speciaal 'moederblog'. Een vrouw in haar directe omgeving leest mee en onderneemt direct actie zodra we op het blog aangeven dat dat nodig kan zijn. Zo is internet een van de factoren die eraan bijdragen dat onze moeder nog steeds zelfstandig in haar flat kan wonen zonder te verkommeren.

09 december 2010

Tas


Tas
Originally uploaded by Kijkdoos

Geen feestelijk onthaal, geen directeur in blauw-witgestreept overhemd en ook de ferme handdruk ontbrak. Misschien ook wel omdat de servicebalie niet, zoals in mijn droom laatst, achter bij het gebak was, maar gewoon waar die overdags altijd is: direct na binnenkomst aan je linkerhand, bij de horloges.

Ik kreeg dan ook een mooie tas mee, waarmee ik heel erg in mijn nopjes ben. Dochter M heeft haar eigen fototas, een felroze met haar schoolboeken/schriften en -pasje erop. Maar die heeft ze gelijk mee naar school, dus kon ik nog niet op de foto zetten. Dat hebben jullie nog tegoed.

03 december 2010

Tas

Bericht in de mailbox. De tas-met-foto-opdruk die ik bij de HEMA liet maken voor dochterlief was klaar en zou binnen twee werkdagen af te halen zijn op de vestiging in mijn stad. Dat is vijf dagen eerder dan ze hadden voorspeld. Jippie.

Volgens instructie ga ik met de geprinte e-mail naar die vestiging. Daar wacht me een officieel onthaal. De directeur zelf drukt me stevig de hand. Een hooggehakte secretaresse laat me naar de camera's lachen. En dan wordt de tas overhandigd. Maar die is helemaal niet zoals ik bedoeld had. In plaats van een grote foto op de hele voorflap, staat er een piepklein fotootje links boven een band op die voorkant. 'Dat hebt u zelf zo opgegeven', zegt de directeur. 'Weet u niet meer dat u hebt opgegeven dat het links uitgelijnd moest worden? Dan kan het nooit een flapvullende foto zijn geweest.'

Ik kijk zo bedremmeld dat hij besluit om ter plekke te controleren of er niet per ongeluk achter de schermen iets anders is gebeurd dan het opgaveformulier in het scherm aangaf. Andere labels aan de invulvakjes of het verschuiven van de data in de database. Hij belt met boven en krijgt inlogcodes zodat hij hier, bij de taarten en chocoladeletters achter in de zaak, in de computer kan kijken. En meldt even later dat ik het toch echt verkeerd heb opgegeven.

'Is er geen oplossing voor?' vraag ik. 'Kan de kleine foto er niet afgehaald en tegen een aardig prijsje opnieuw, maar dan groot opgezet?' Nee, dat kan niet. 'Maar u kunt natuurlijk wel nu gelijk een nieuwe tas bestellen. Met grote foto.' De man in zijn lichtblauwgeblokte overhemd en zwarte colbert kijkt me aan alsof hij een fantastische oplossing aanbiedt.
Dacht het niet. Nog eens twintig euro is net teveel om zomaar extra uit te geven. Teleurgesteld druip ik af en word wakker. Het is 3 uur 48 en nog volledig donker. Het duurt zeker tien minuten voor mijn ontstemde gevoel verdwijnt. Dat gebeurt pas als ik wakker genoeg ben om me te realiseren dat wat in die droom gebeurde, in werkelijkheid helemaal niet kan: bij die tas kon je geen fotomaten opgeven, de tas had alleen de optie van een flapvullende foto.

Maandag ga ik de tas halen. Ik ben ben benieuwd of ik de directeur nog zie. Dan zal ik hem zeggen dat hij mij niet meer zo de stuipen op het lijf moet jagen.