15 februari 2011

Partij

Ik speel in een orkest. Het concert is al begonnen, maar ik kan mijn bladmuziek nergens vinden. Ik krijg een blaadje op mijn lessenaar, maar heb geen flauw idee waar we zijn. Wat ik lees, ziet er totaal anders uit dan wat ik hoor. Is dit wel het juiste stuk? De dirigent kijkt mijn kant op en heft zijn stokje. Weldra zal ik mijn eerste noot moeten blazen, maar welke? Dan word ik zwetend wakker.


Deze droom komt met enige regelmaat en in verschillende varianten terug. Soms heb ik het verkeerde instrument in handen. Of een hobo zonder mondstuk.

Vaak wist ik bij het wakker worden dat de droom klopte bij mijn gevoel. Toch kon ik er de vinger niet op leggen. Nu wel. Zomaar. Het had te maken met verbaasde blikken, de stiltes die soms even vielen. Ik begreep nooit wat het was, maar ik kwam die blikken en stiltes vaak tegen. Ken je dat gevoel dat mensen naar je staren en dat je kijkt of je je gulp open hebt staan? Zoiets. Anderen weten allemaal iets wat jij niet weet en ze zullen het je niet vertellen. Maar dan op het sociale vlak. Kennelijk hadden andere mensen wel automatisch door hoe je 'normaal' moet reageren, maar ik niet. Ik zeg iets en de hele kamer valt stil. Een ongemakkelijke stilte. 'Eh, ja!' zegt iemand en gaat gauw over op een ander onderwerp, waarop de anderen dankbaar inhaken.
In het leren van theorie was ik sterk, maar zodra het op praktijk aankwam, tastte ik in een dichte mist rond. Ik deed mijn best, maar bleef buitenstaander. Ik begreep anderen nooit helemaal en zij mij niet. Zoveel was duidelijk. Ik begreep mezelf trouwens ook vaak niet, dus dat kon ik anderen ook niet kwalijk nemen.

En dat je dan een boekje schrijft voor kinderen die zich 'anders' voelen en pas een jaar later je realiseert dat dat boekje ook voor jezelf een boodschap heeft. Dat is dan wel weer komisch.

Ik voel me nog steeds anders, maar het is anders dan vroeger. Ik laat me niet meer zo verlammen door stiltes, ik doe ook niet mijn best om normaal te zijn. Ik word zoetjesaan mijzelf. Hè hè! Na bijna vijftig jaar vreemde eend in de bijt te zijn geweest, lukt het me de laatste tijd steeds beter om daar blij mee te zijn.

Ik las het ergens: dat als je niet doorsnee bent, maar bijvoorbeeld autistisch of dyslectisch of behept met adhd, dat je dan niet je jeugd moet vergallen door de hele tijd te trekken aan die zogenaamd zwakke plekken. Af en toe een beetje mag, meer niet. In plaats daarvan kun je beter je sterke kanten ontwikkelen. En dan als de wiedeweerga op zoek naar een plek in de maatschappij waar die sterke kanten gewaardeerd worden. Zo komen begaafde autisten soms in de ICT en vinden veel creatieven hun plek in de kunst.

Ik heb pas op mijn 49-ste geleerd om gewoon mijn eigen partijtje te spelen. Maar ook dat is niet te laat. Wie weet kan ik jullie nog wel vijftig jaar de oren van je hoofd tetteren.

3 reacties:

Ettje zei

Ik heb je nooit anders gevonden maar altijd gewoon Algje!!
Misschien zijn al die anderen wel anders...:-)

Hoop maar dat je, ook na jouw 'ontdekking', gewoon je partijtje blijft meeblazen, zoals altijd!

henny zei

Gefeliciteerd, jij hebt het ook gered, (duurde bij mij ook vrij lang! :))

Struikelaar zei

Been there done that. Hartgrondig proficiat met je mijlpaal die niet voor iedereen weggelegd is.