'Ik durf niet', zei ik. Maar ik moest wel. Al was het alleen maar om het goede voorbeeld te geven aan de kleine Algjes die ook niet durfden. We waren in het zwembad met een stuk of vijftien kano's bezig aan de veiligheidstraining.
Met instructeur Gerrit nam ik alles nog even door. Toen telde ik af: 'Een, twee...' 'Tien', zei de instructeur naast me. Mooie smoes om niet te gaan. Overnieuw. 'Een, twee, drie!' en hop daar ging ik, linksom, met mijn kano. Nu hing ik ondersteboven in het water en deed in de juiste volgorde wat me was opgedragen:
1. Kloppen of slaan op de onderkant van de boot, het enige dat nu boven water was. Een signaal voor andere kanoërs dat ik hulp nodig heb.
2. Met beide handen wijzen naar de voorkant. Geen idee waarvoor dat is, maar als je onder water bent is dat even goed nadenken.
3. Een soort ruitenwisserbeweging maken met mijn beide handen aan weerszijden van de kano boven water. Ergens moest daar een kano aangesneld zijn, die mijn handen dan al maaiend zouden weten te vinden.
Van totaal andere kant dan ik vermoedde, voelde ik ineens de punt van de hulpkano. Daaraan kon ik me vasthouden en éérst de kano met een heupzwaai weer met de goede kant naar boven draaien en daarna mijzelf. Dat laatste ging niet helemaal geweldig, want ik had inmiddels zo lang ondersteboven gehangen dat ik graag eerst wat lucht wilde happen.
Na mij ging ook zoon Algje om en met wat hulp kwam ook hij weer levend overeind. Dochter Algje was gevlucht, die durfde echt niet. En toegegeven, het had niet veel gescheeld of ik had me er ook onderuit gesmoest. Vooral dat ondersteboven gaan hangen is eng: doelbewust jezelf omgooien en een beetje bijna verdrinken, terwijl je lijfsbehoud juist wil dat je hoog en droog zit. Zo onder water ben je totaal je oriëntatie kwijt: boven en onder zijn twee compleet verschillende werelden. Maar als je eenmaal weer proestend boven bent, vraag je je af waar je je nou zo druk over maakte daar beneden en neem je je voor een volgende keer meer tijd te nemen om relaxt ondersteboven te hangen. Dat zal elke keer wel bij een voornemen blijven.
Dit was de 'puntjesredding', een techniek die handig is als je met andere kanoërs op groot open water omslaat én een spatzeil om hebt, zodat je boot niet gelijk vol loopt. Bij kleiner water kun je wel uit de boot en naar de kant zwemmen, maar midden op de grote plas is het een heel eind zwemmen. Bovendien kun je in die tijd onderkoeld raken als het water koud is. En soms is er domweg geen geschikte oever om aan de kant te klauteren. Je kúnt ook nog wel op open water je boot uit, de boot weer rechtdraaien en in je kano klauteren. Dat probeerden we vorige week en bleek nog een stuk moeilijker dan deze puntjesredding.
19 februari 2011
Puntjesredding
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
2 reacties:
Altijd handig, je weet nooit wanneer je het nodig heeft. *vraagt zich af of je een veerboot ook op die manier kan rechtzetten*
hebt...
Een reactie plaatsen