05 maart 2011

Domineetje spelen

Op een rare dag trok ik de stoute schoenen aan. Mijn broer was in het ziekenhuis beland in dezelfde plaats waar ik met de Algjes op het hondje paste. Ik wilde op bezoek, maar op de officiële bezoektijden was dat voor mij onmogelijk. 'Pastoraal werkers mogen buiten bezoektijden', tipte mijn schoonzus.

Ik vermomde me als pastoraal werker en leefde me een beetje in in mijn rol. Begin jaren '90 had ik een diploma gehaald voor dat beroep, dus ik wist hoe het ongeveer moest voelen. Ik wist zelfs wat er van me zou worden verwacht. Niet dat ik buiten mijn stage ooit pastoraal werk heb gedaan. Sterker nog: ik hoor niet eens bij een kerk en al helemaal niet bij de kerk van mijn broer. Ik ging dus een partij stevig liegen tegemoet en dat maakte me een beetje zenuwachtig.


Helaas had ik weinig attributen, maar ik ging er vanuit dat het ziekenhuispersoneel weinig wist van de kerk waar mijn broer toe behoorde. Met stevige wandelschoenen (andere had ik niet bij me), mijn leesbril in de hand (dat leek tenminste nog ergens op) en mijn schoudertas (waarin zogenaamd een bijbel en beleidsnota van 't een of ander) vroeg ik bij de receptie naar de heer A. De receptioniste keek in haar scherm, bedacht zich toen en meldde dat het geen bezoekuur was. 'Weet ik', zei ik, 'maar ik ben van het pastoraat van de Nederlands Gereformeerde Kerken.' 'Dát is een ander verhaal', zei de dame. Ik wilde al bijna gaan informeren naar dat andere verhaal, maar bedacht me net op tijd dat niet opvallen beter was. Ze vertelde me het afdelingsnummer en welke lijn- en stipkleur mij de route zou wijzen.

In de lift overdacht ik mijn zonden. De belangrijkste zonde was dat ik geen bijbeltje bij me had voor het geval een verpleegkundige binnen zou vallen. Op de afdeling moest ik weer langs een receptie en zette nu gelijk mijn leugen maar voluit in. Zo vond ik ongehinderd de kamer van mijn broer, die bezoek had van een oude dame die op een vrijwilliger leek. 'Dat is mijn zus',  zei mijn broer. Ik kuchte wat, maar het bleek een dame van de kerk. Toen de dame vertrokken was, informeerde ik mijn broer over mijn tijdelijke achternaam (een pastoraal werker met dezelfde naam als de patiënt is wat verdacht) en beroep. Zo heb ik een halfuurtje aan zijn bed gezeten en geen pastoraat bedreven. Echt rustig zat ik niet, want op de gang rinkelden karretjes en overlegden zusters die elk moment konden binnenvallen. Dat gebeurde niet. Een halfuurtje later stapte ik het ziekenhuis uit en schudde mijn rol af. Gewoon mezelf zijn is toch een stuk prettiger. Liegen kost sloten energie.

3 reacties:

Ettje zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Ettje zei

Dacht ik even dat je gedaan zou hebben wat een goeie pastoraal werker zou doen: de pastorant aanspreken op z'n zonden!

Ga je in plaats daarvan je eigen 'zonde' staan overdenken.

En dat bijbeltje had je helemaal niet nodig. Een goeie Nederlands Gereformeerde heeft die zelf bij zich in 't ziekenhuis. Daar heb je toch wel even naar geïnformeerd?
Nee? Da's pas zonde!! :-P

Rose zei

Mooi verhaal. En liegen kost energie, maar je broer heeft waarschijnlijk een stukje van die energie ontvangen dankzij jouw bezoek.